Over mij

Op mijn twintigste dacht ik dat ik te weinig talent had om schrijver te worden. Toen ik elf was had ik al wel enkele verhalen geschreven die indertijd in de rubriek ‘Zeg er ‘ns wat van’ van journalist Nico Scheepmaker in de Volkskrant waren gepubliceerd. Ik schreef dagboeken vanaf mijn achtste en hield zielsveel van lezen. Ook had ik hoge cijfers voor Nederlands. Op de lagere school, zoals deze toen nog heette, ging ik als beste van de hele school naar de middelbare school. Het was eind jaren zestig begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Het leven in het algemeen veranderde radicaal. Zo ook het mijne, wat ik heb beschreven in ‘Nachtmerrie aan de Groene Gerritsweg’. Dit verslag, dat eigenlijk een biografie is, is te vinden in het menu van deze site. Op latere leeftijd heb ik het schrijven desondanks opgepakt. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Mijn vader, mijn zus en ik, rond 1975


Mijn eerste manuscript, Van mannen en meisjes, voltooide ik toen ik 36 jaar oud was. Ik kreeg het schrijfsel helaas bij de reguliere uitgevers niet gepubliceerd. Wel ontving ik van een van de uitgevers een handgeschreven brief dat het manuscript goed in elkaar zat maar dat hij het desondanks niet wilde uitgeven. Vervolgens heb ik het heft in eigen hand genomen en de gewone uitgevers geen manuscripten meer gestuurd. Gelukkig kon ik mijn manuscripten in eigen beheer publiceren via uitgeverij Boekenbent. Sindsdien heb ik vier romans gepubliceerd. Deze zijn: Voor niemand (okt. 2011), Verdwenen vrouw (feb. 2014), Van mannen en meisjes (apr. 2017)  en Vreemd bezoek (apr. 2019). Op dit moment ben ik bezig met een nieuw manuscript, Sneeuw, dat ik hoop in 2020 te publiceren.