Verdwenen vrouw

Verdwenen Vrouw

◊◊◊

I

Mijn huwelijk met Henk … Hendrik Adrianus van Zeil, met
afstand de meest begeerde jongen van het dorp en omstreken.
Een afstandelijke, lange, blonde jongen met blauwe ogen, goed
gebouwd; de ideale schoonzoon en meer; te mooi eigenlijk om
waar te zijn. Mijn eerste echte liefde … Ik begreep niet wat
hij in me zag. Ik, Lisa Smal … met een wipneus en handen
waarvan ik niet wist waar ik ze zou laten. Ik moest het heb-
ben van mijn blauwe ogen, donkere haar en de kuiltjes in mijn
wangen.
Samen waren we het ideale stel. Perfectie … In die tijd
streefde ik die nog na, hoewel ik zelf verre van perfect was.
Ik wilde zijn als de modellen in de glanzende modebladen;
netjes, beheerst en mooi.
Henk en ik kusten elkaar voor het eerst op de kermis, in het
reuzenrad, terwijl de huizen en straten aan onze voeten la-
gen. De protestantse kerk torende boven het dorp uit, op die
zwoele zomeravond. Een briesje streelde mijn blote benen en
Henk mijn prille borsten. Ik was net zeventien.
Op mijn achttiende verjaardag planden we een huwelijksda-
tum in mei, de vijfentwintigste. Na ons drukbezochte huwelijk
betrokken we een bescheiden flat aan de rand van het dorp,
waar Froukje na een jaar werd geboren. Onze flat was een
koopje geweest, uit de jaren zeventig, en keek uit op een be-
graafplaats, waarvan ik hield, hoe jong ik ook was. Henk vond
dat morbide.

Niemand van onze vrienden zagen we nog. We verlangden
naar een groot huis in een goede wijk. In een mooi huis zou ik
me misschien minder eenzaam voelen …
Henks ouders, die jaren ervoor waren gescheiden, zagen
we evenmin. Henks vader was hertrouwd en naar Ierland
vertrokken; Henks moeder woonde in de Verenigde Staten.
Terwijl de twee jarenlang de schijn hadden opgehouden,
konden ze intussen elkaars bloed wel drinken. Henk had het
contact met zijn moeder verbroken en het nieuwe gezin van
zijn vader slokte al diens aandacht op. Alleen Henks vader was
op onze bruiloft geweest.