Eerste schrijfsels

Op 25 november 1968 werden twee van mijn verhaaltjes in de Volkskrant gepubliceerd. Ik had ze op de zolder van ons huis aan de Groene Gerritsweg geschreven in een trance in een volwassen handschrift. Mijn moeder liet de verhaaltjes lezen aan Nico Scheepmaker, journalist, schrijver, met wie ze indertijd professioneel bevriend was, die ze in zijn rubriek ‘Zeg er ‘ns wat van’ heeft opgenomen:

Verhaaltjes in de Volkskrant van 24-11-1968

Verjaarspartijtje rond 1965, Xandra bovenste rij links, (foto Patricia Robson)

XANDRA (11)

Als u mij mag geloven komen er alleen maar aardige boekjes uit, want ‘Jong gedaan’ (kinderwerk en beginnerswerk van 28 auteurs) van Querido (spreek uit Kerido) is erg aardig. We vinden er jeugdwerk met jeugdfoto’s in van auteurs, die daarmee dikwijls verraden ook in hun eerste probeersels al zichzelf te zijn geweest. In zijn inleiding vertelt Kossmann dat Goethe al op zijn zevende en Schiller op zijn tiende jaar begon te schrijven. In ‘Jong gedaan’ zijn enkele probeersels van twenners opgenomen, maar ook een aantal van waarlijke kinderen. Willem Brandt (12 jaar), Ineze van Dullemen (11), Hella Haassse (12), Alfred Kossmann (11), Reinald Kuipers (14), Marie-Sophie Nathasius (13), Helga Ruebsamen (12, Victor van Vriesland (12) en niet te vergeten Raoul Chapkis, die negen jaar oud een verhaal schreef dat alle kiemen van zijn schrijwijze in zich borg. Ik citeer even een fragment (dat gaat over encyclopedie):  

‘Ik ga er later een maken waar alles in staat. Dat je zoekt Kees de Jongen en je eigen naam en je leest alles over jezelf en de laatste zin van het stukje: zocht zijn eigen naam in encyclopedie op. Bij mijn naam: zocht zijn eigen naam in encyclopedie op die hij geschreven had, dus hij wist al wat er in stond.’ Enz. 

Zeer goed herkenbaar  zijn bijvoorbeeld ook Kossmann en Hella Haasse, kortom terugredenerend: kun je de schrijvers terugvinden in hun eerste geschriften. Zou het omgekeerde ook mogelijk zijn, vraag ik me af? Kan je uit wat een meisje van elf jaar nu schrijft, voorspellen of zij later zal uitgroeien tot een schrijfster en zo ja: tot wat voor schrijfster? Kort nadat ik ‘Jong gedaan’ had gelezen en terwijl ik bezig was aan de intrigerende science fiction-verhalen van Robert Sheckley (‘Van aardse smetten vrij’, een Zwart Beertje) stuitte ik op twee verhalen van Xandra Lammers, elf jaar. Zal zij over vijftien jaar nog schrijven? En wat dan? Science fiction-verhalen, Alice in Wonderland, in welke richting zal het gaan? 

Op 25 november 1983 kom ik daar, in deze rubriek, nog even op terug. Hier volgen die twee verhalen van Xandra.

DE ZON

Op de zon wonen helaas geen mensen, maar ik vertel hoe het er daar uitziet, misschien wonen er toch mensen, dat zal ik nog wel zien. Op de zon is alles prachtig, alles staat er in bloesem. Dat komt door de vele zonneschijn. Er groeien zulke bomen die tegen de zon kunnen. De mensen die er wonen heten zaligzalvers. Zij zijn allemaal goed van geweten door de vele toevoer van zon. Er zijn ook slechte mensen, maar die wonen aan het andere gedeelte van de zon, waar alles donker is. Als je over de zon heen zou rijden zou dat 200.000 jaar duren. Alles is zeer dicht bevolkt, behalve een paar plekken waar het de hele dag door vriest. 

Nu de bewoners. Zij lijken op stoelleuningen en zweven. Ze doen altijd hatelijk tegen elkaar, b.v. door elkaar zo te kwetsen dat hun hart verbrandt. Dit komt erg vaak voor bij mensen die klein zijn. Zij kunnen de zonneschijn helemaal niet verdragen. Het schijnt dat deze mensen heel vroeger op de aarde hebben gewoond. Helaas zou, als er nou een mens van de aarde zou komen wonen, de hele bevolking uitsterven. Eén man van de aarde zou 2 miljard in 2 seconden kunnen laten sterven. Er leven ook zaligzalvers in de vorm van levende dieren, b.v. in de vorm van een ezel of een koe. Deze zijn meestal intelligenter dan de stoelleuningen. De ezels en koeien zijn zo intelligent dat hun hoofd bijna uitpuilt van hersens. Scholen hebben ze niet, want dat is niet nodig bij dit soort mensen. Helaas heb je hier wel erg verschil tussen rijk en arm, maar dan in andere vorm, zoals de minder intelligente en intelligentere. 

De zaligzalvers zijn veel meer vooruit dan wij. Het IQ kan stijgen tot 199. De zon heeft onze planeet al lang ontdekt, maar de zaligzalvers durven er niet te komen, omdat ze daardoor allemaal zouden uitsterven. Dit is het dus over de bewoners van de planeet de zon.

DE DWERG

Het kleine mannetje liep voort op de kleine weg, eerst lopend, dan een klein beetje rennend, en dan hollend. Waarom? Daar liep zijn grootste vijand, het fotolijstje, achter hem aan. Hij keerde zich om, pakte zijn wandelstok en porde er mee in de grond. De grond spatte op als een spuwende vulkaan en opeens was de dwerg weg!

Hij pakte zijn wandelstok weer op en wandelde weer rustig verder. Zo gaat dat in het wonderlijke, hebzuchtige en fantastische land van Venus. De meest wonderlijke dingen zitten er achter elkaar aan. Dat komt (volgens mij) door de dampkring. Hij heeft iets in zijn lucht waardoor mensen, dieren en dingen het GROTE verschil van elkaar niet meer zien. Nu verder over de mensen die daar leven. 

Zie ook een voorbeeld van een klein en lief meisje, hetend Ponatie, die op zekere dag haar ochtendwandelingetje aan het maken was. De mensen die daar leven zijn allemaal even zelfstandig. Bijv. kinderen die nauwelijks 1 jaar zijn kunnen dus trouwen met een of andere vent van 104 jaar. De mensen op Venus zijn eigenlijk geen mensen, maar het is de romantiek. Niet dat ze romantisch zijn. Ze uiten zich op hun manier. Dus een vrouw van 77 jaar kan zich uiten als een vrouw van 21. Er zijn ook sommige mensen die dus wel de romantiek zelf zijn, die heten de normalen en dan heb je de mensen die bijna echte mensen zijn en die heten gekken. En de mensen die hun eigen weg gaan heten de tussenpersonen. 

Ik zeg niet dat de romantiek zelf de normalen heten, want zo ziet men het op Venus. Men heeft er geen koning, dus ook geen verschil tussen arm en rijk, de adel of het gewone volk. De dwerg was dus een soort gek en het fotolijstje een tussenpersoon. Ik moet nog een voorbeeld geven van de romantiek zelf en dat kan ik het best doen met het meisje van ongeveer 12 jaar, hetend Ponatie, die een konijn van 33 jaar ontmoet. Zij voelt zich vereerd en is erg verlegen, na een poosje hoort men dat zij zijn getrouwd. De liefdesscène gaat daar erg romantisch. De meeste mensen zijn dan erg verlegen. 

Dit was dan wat ik wou vertellen over de bewoners van Venus. Ik hoop dat jullie het leuk vonden. 

DAGBOEKFRAGMENTEN DECEMBER 1968 EN JANUARI 1969